Faalangst kan soms een negatieve maar soms ook juist een positieve uitwerking hebben. Negatieve faalangst heeft een desorganiserend karakter, speciaal in situaties waarin men op de prestaties wordt beoordeeld (examens of taken die als moeilijk worden ervaren). Onder dergelijke omstandigheden gaat 'irrelevant gedrag' een hoofdrol spelen: transpireren, uitstelgedrag, gekke gedachten, tobben, trillende handen, slapeloosheid, hartkloppingen, enz. zorgen er bijvoorbeeld voor dat leerlingen dingen vergeten zijn die ze onder normale omstandigheden wel zouden weten. De hierbij optredende extreme stress en angst werken dan negatief. Bij positieve faalangst helpt de aanwezige angst en de daarbij optredende spanningstoestand juist om beter te functioneren, of zich beter te concentreren dan onder normale condities het geval is. De stress of nervositeit vormt hier als het ware een extra prikkel, en werkt daarom dus positief. Ook kan positieve faalangst leiden tot het extra goed voorbereiden op een moeilijke taak of situatie waar men tegenop ziet.
In onderstaand verhaal kun je een voorbeeld van negatieve faalangst lezen.
|
Sander 18 jaar:
Ik ben al een poosje bezig met rijlessen en heb er erg veel plezier in. Elke week kijk ik er weer naar uit om in de lesauto te stappen.
Na overleg met mijn rij-instructeur hadden we samen een datum geprikt voor het rij-examen. Nu was het toch wel wat spannend geworden voor me. Over 4 weken mag ik afrijden en als ik slaag dan kan ik in mijn eentje de weg op. Gelijk met vrienden weg, en ik ben de BOB.
Naar mate het examen dichterbij kwam werd ik steeds onzekerder en vroeg mezelf af of ik het wel kan. Ben ik er wel klaar voor? Met de rijlessen gaat alles goed, dus moet het eigenlijk wel goed komen. Hoe zal de examinator zijn? Is hij streng?
De dag van het examen is aangebroken. Ik heb vanacht niet goed kunnen slapen. Woelend in mijn bed dacht ik over het examen na en wat ik allemaal moest doen als ik bepaalde situaties tegenkwam. Gelukkig is het examen niet laat op de dag. Dan heb ik het tenminste snel achter de rug.
Toet toet, ging het buiten en een stoot adrenaline ging door mijn lichaam heen. Even strekken en ik loop naar buiten. Mijn rij-instructeur vraagt me of ik er zin in heb en of ik al mijn spullen bij me heb. Ja, ik was alles al tien keer nagelopen en alles moest nu goed zijn.
Ik stap in de auto en stel mijn spiegels, stoel en hoofdsteun af en doe mijn gordel om. Ik start de auto, zet 'm klaar voor gebruik en laat de koppeling geleidelijk wat opkomen. KLOINK! Motor afgeslagen. Wat al zolang niet is gebeurd, gebeurde nu uitgerekend op de dag van mijn examen, dat kan nooit goed gaan. Na wat opstartproblemen rijden we rustig nog wat rondjes voordat we naar het examencentrum gaan. Ik voel me behoorlijk onrustig en het gaat niet allemaal zoals ik had gewild. Ik ben in mijn hoofd al bezig met het examen en vraag me af wat de examinator daarvan gaat vinden.
Aangekomen bij het examencentrum moet ik de auto achteruit parkeren in een vak. Als ik uiteindelijk tevreden ben met hoe de auto staat werk ik alles af en gaan we naar binnen. De intructeur vraagt mij of ik wat wil drinken. Hoe kan ik nu wat naar binnen krijgen. Mijn maag draait al behoorlijk. Nee, dank u, is mijn antwoord. Hoe kan die rij-instructeur daar zo rustig zitten als ik me zo onrustig voel.
Er wordt omgeroepen dat de examenkandidaten verder mogen komen naar het examenlokaal. Weer een adrenalinestoot door mijn lichaam. Binnen gekomen heb ik tafelnummer 2. Een wat oudere vriendelijk uitziende man kijkt me aan en geeft me een hand. Dit is dus DE examinator, denk ik bij mezelf. Na wat papierwerk en uitleg lopen we naar buiten om te beginnen met een ogentest. Dat was goed en nu de auto in.
Ik ben de volgorde vergeten. Is het nu eerst de parkeerrem eraf of eerst in de eerste versnelling? Na wat gerommel met de parkeerrem en de versnellingspook ben ik er klaar voor om te gaan rijden. Een coördinatiepunt: NS station, is de opdracht van de examinator. Bij het eerste beste kruispunt aangekomen vraag ik mezelf af wat die examinator nu van mij wil zien. Moet ik daar nog voor langs? Die auto rijdt wel erg hard. Wel, niet, wel, niet. Toch maar wel. Kloink.... oeps, weer de motor afgeslagen. Ik roep tegen mezelf: Rustig blijven, Sander, rustig blijven. Ik start de auto en steek het kruispunt over. Elke keer gaat er in mijn hoofd weer de vraag: Wat wil die examinator dat ik nu doe? Wat wil hij zien? Doe ik het goed? Zo ging het de hele rit door.
Teruggekomen bij het examencentrum zet ik de auto vooruit in het vak, zoals de examinator mij vroeg. Na alles afgewerkt te hebben loop ik met de examinator mee naar binnen.
Nu komt de uitslag!
De examinator zegt: Ik heb nog geen goed nieuws voor je. Het was niet voldoende.
Ik kreeg te horen dat ik niet ver genoeg vooruit keek en dan ik breder moest kijken. Ook de controle van het voertuig hadden beter gekund.
Hoe kan dat nou, vraag ik mezelf af. In de les gaat dat allemaal goed en nu gaat het mis.
Teleurgesteld word ik thuis gebracht door de instructeur.
|
Dit is een duidelijke vorm van negatieve faalangst. Misschien herken je jezelf hierin? In het menu hiernaast staan de drie verschillende soorten faalangsten beschreven.